Wet wegnemen notariskosten bij algehele gemeenschap van goederen

Reactie

Naam W.W. Hoekema
Plaats Sneek
Datum 27 maart 2018

Vraag1

Wilt u reageren op dit wetsvoorstel of de toelichting, dan kunt u dat hier doen.
Als ambtenaar van de burgerlijke stand voer ik taken uit op het gebied van het personen- en familierecht. Het huwelijksvermogenrecht is ondergebracht bij het notariaat en daar hoort het m.i. ook te blijven. Kennis en expertise op dat gebied ontbeert de ABS. Een beperkte voorlichtende rol lokt bij a.s. paren al snel vervolgvragen uit waarvoor de ABS dan alsnog moet doorverwijzen naar een notaris. Het in 2e aanleg door moeten verwijzen naar een ander 'loket' past niet in het beeld dat de overheid heeft van een klantgerichte deskundige dienstverlening. Beter is dat men dan bij een notaris direct complete informatie op maat kan krijgen. Geeft de ABS onjuiste of onvolledige informatie, dan komt hij vervolgens onder vuur te liggen. Stel dat de voorlichting een achteraf onjuiste keuze van het paar tot gevolg heeft; wordt de ABS dan aansprakelijk gesteld?

Het nu voorliggende voorstel werpt ook vragen op over vorm en inhoud van de verklaring, vaststellen identiteit en authenticiteit en de wijze waarop de inschrijvingskosten van € 187,- moeten worden geïnd. De ABS dient op geen enkele wijze te worden betrokken bij de betaling van de leges aan het huwelijksgoederenregister. Wij zijn dan doorgeefluik/administratiekantoor en doen dit kosteloos.

Bedenk ook dat het melden van een voorgenomen huwelijk of partnerschap tegenwoordig een grotendeels digitaal traject is, waarbij een voorlichtend gesprek niet vanzelfsprekend in het werkproces is opgenomen. Bij veel gemeenten is het pas de buitengewoon ambtenaar van de burgerlijke stand (BABS), die het persoonlijke contact met het paar heeft. Van de BABS kan evenmin worden verlangd dat die zich met deze verklaring gaat bezighouden.

Kortom, ik vind het geen goed voorstel dan moge duidelijk zijn... De wijziging van de algemene lijn per 1 januari jl. (vanaf 1 januari 2018 ging de Wet beperking wettelijke gemeenschap van goederen in) heeft bij gemeenten al veel vragen opgeleverd, waarvoor we doorverwezen naar het notariaat. Leg daar dan ook de mogelijkheid neer voor de voorgestelde verklaring als dit wetsvoorstel wordt doorgezet.

Met vriendelijke groet,

W.W. Hoekema
ambtenaar van de burgerlijke stand