Klimaatplan en INEK

Reactie

Naam drs. P.C.M.M. Hekkens
Plaats Maastricht
Datum 21 september 2019

Vraag1

- Algemeen -

Het centrale doel in het klimaatbeleid, het terugdringen van de uitstoot van broeikasgassen, raakt aan het leven van alledag. Zo gaan we onze huizen anders verwarmen en gebruiken we andere vormen van energie. De transitie is daarom in de eerste plaats een maatschappelijke transitie. Burgers en bedrijven staan voor een reeks beslissingen die van invloed zijn op hoe we wonen, ons verplaatsen, wat we eten, de producten die we kopen, hoe we ons geld verdienen. Iedereen kan dus bijdragen aan de transitie. De overheid wil burgers en bedrijven hierbij zoveel mogelijk ondersteunen.

Vraag 1a: Wat zijn volgens u de belangrijkste aandachtspunten bij de uitvoering van het klimaatbeleid?

Vraag 1b: Hoe kijkt u aan tegen de rollen van verschillende partijen in de transitie (burgers, bedrijven, overheid, kennisinstellingen, NGO’s, etc.)?

1a.
Van belang is allereerst na te gaan wat het effect is van het Nederlandse klimaatbeleid. Dat dient afgezet te worden tegen de totale maatschappelijke kosten. Daarbij horen ook de kosten die voor rekening zijn van de burger.

Daarnaast dient te worden nagegaan in welke mate de opwarming van de aarde te wijten is aan kooldioxide-uitstoot door de mens. Het zou voor een belangrijk deel ook te maken kunnen hebben met door zonnevlekken veroorzaakte kosmische straling die de atmosfeer beïnvloedt. Ook kan het te maken hebben met cycli in het klimaat. Te denken valt aan een 60 jaar cyclus. Ook kan het zo zijn dat een hogere temperatuur zorgt voor meer koolstofdioxide in plaats van andersom. Omdat het IPCC andere mogelijke oorzaken an de stijging van koolstofdioxide buiten beschouwing laat, komt het vanzelf uit bij de mens als oorzaak. Dit lijkt me kort door de bocht. Ik ben alles behalve overtuigt.

1b.

Aan de klimaattafels zijn lobbygroepen en bedrijven die hopen te verdienen aan het klimaatbeleid oververtegenwoordigd. De grote afwezige is de burger, die wel voor een belangrijk deel van de kosten moet opdraaien. Ik zie een goot democratisch deficit. Leef ik nog wel in een democratie? Ja, ik mag stemmen. Maar het klimaatbeleid was geen belangrijk onderwerp bij de laatste tweedekamerverkiezingen. Pas bij de formatie kwam het klimaat op de agenda. En dat wel heel snel. Het lijkt erop dat er sprake was van voorbedachte rade, en dat de kiezer bewust buiten spel is gezet.

Vraag2

- Strategie voor de lange termijn -

Het Klimaatplan en het INEK beschrijven het beleid voor de periode 2021-2030. Dat is er vooral op gericht om in 2030 -49% reductie t.o.v. 1990 te realiseren. Diverse maatregelen zullen ook bijdragen aan verdergaande reducties in de periode na 2030. Daarnaast zal aanvullend beleid voor de lange termijn nodig zijn. Dat beleid zal bovendien rekening moeten houden met toekomstige ontwikkelingen die ons voor nieuwe uitdagingen kunnen stellen. Daarom is een langetermijnoriëntatie in het beleid van belang. Het betreft ontwikkelingen en maatregelen op terreinen als technologie, sociale aspecten, financieel-economisch en de relatie met ander beleid. Enkele voorbeelden zijn de rol van hernieuwbaar gas, de ontwikkeling van gedrag, de prikkels die passend zijn om het bedrijfsleven klimaatvriendelijker te maken en hoe rekening kan worden gehouden met biodiversiteit.

Vraag 2: Welke onderwerpen (en uitdagingen) verdienen volgens u bijzondere aandacht van het klimaatbeleid met het oog op de periode 2030-2050 en waarom?
Als men dan toch iets wil doen aan de reductie van koolstofdioxide, dan vindt ik dat men voor een realistisch scenario dient te kiezen. Andere landen gaan juist over op aardgas om de uitstoot van koolstofdioxide te reduceren. Dan lijkt ht me realistisch dat Nederland niet heel veel moeite en energie gaat besteden om het gebruik van aardgas uit te bannen. Aardgas is immers allerminst de grootste boosdoener.

Er wordt gedaan alsof elektriciteit een schone energiebron is. Daarbij vergeet men dat elektriciteit voor een belangrijk deel wordt opgewekt door fossiele brandstoffen, waaronder bruinkool uit Duitsland. Als we nu eens van die bruinkool afkomen.

Laten we gewoon werken aan een verbetering van het milieu. De doelstelling te behalen via koolstofdioxidereductie zijn namelijk te vaag en niet of nauwelijks meetbaar. Waarvoor doe je het dan? Laten we gewoon meer aandacht besteden aan schoon water, lucht en grond. Ook kan een grotere nadruk worden gelegd op hergebruik van afgedankte producten en verpakkingsafval. Ik wil graag meedenken over betere systemen.

Vraag3

- Samenwerking met andere landen -

Alle Europese lidstaten stellen, net als Nederland, een plan op (INEK) waarmee ze inzicht bieden in hun energie- en klimaatbeleid voor de periode 2021 tot en met 2030. Deze plannen vormen een instrument om het energie- en klimaatbeleid van de lidstaten onderling beter af te stemmen. Op een aantal onderwerpen werkt Nederland nauw samen met de buurlanden of met andere Europese lidstaten. Een aantal voorbeelden van samenwerking zijn:
• Het Nederlandse elektriciteitsnet is verbonden met de netwerken van andere West-Europese landen. Dit maakt internationaal transport van elektriciteit makkelijker, efficiënter en goedkoper. Voor gebruikers resulteert dit in lagere kosten en een hogere leveringszekerheid: de zekerheid dat er altijd elektriciteit uit het stopcontact komt.
• Met landen aan de Noordzee aan de ontwikkeling van windenergie op zee in internationale wateren.
• Nederland werkt in EU programma’s met andere regio’s, steden en lidstaten aan nieuwe innovatieve projecten, bijvoorbeeld op het gebied van duurzaam vervoer en slimme elektriciteitsnetten die vraag en aanbod van elektriciteit slim aan elkaar kunnen koppelen

Vraag 3a: Waar zou volgens u de samenwerking met andere lidstaten op gericht moeten zijn? Wat vraagt om samenwerking op Europees niveau en wat zou een plek moeten krijgen in samenwerking met (een kopgroep van) gelijkgestemde lidstaten?

Vraag 3b: Wat kunt u zelf bijdragen, en welke ondersteuningsbehoefte heeft u?
3a.

Om te beginnen vindt ik de ambitie van Nederland als klimaatkoploper onzin.

Omdat CO2 grensoverschrijdend is, kan ik me voorstellen dat er samenwerking ontstaat om eerst de allergrootste bronnen van CO2 uit schakelen. Als een Nederlandse kolencentrale wordt uitgeschakeld terwijl een Duitse bruinkoolcentrale blijft draaien, dan levert dat minder CO2 reductie op, dan dat de Duitse bruinkoolcentrale wordt gesloten , terwijl een relatief moderne Nederlandse kolencentrale blijft draaien. Dat soort samenwerking dient dus mogelijk te zijn.

3b.
Wat ikzelf bijdraag doet er minder toe. Milieuwinst behaal je niet door op het geweten van mensen te hameren. Het gaat erom dat je meer aandacht besteed aan grootschalige manieren van doen. Rioolslib in het Noordzeekanaal kieperen is een voorbeeld van een verkeerd uitgepakt grootschalige verbeterstrategie. Waarschijnlijk te veel idealisme en te weinig realisme. Hetzelfde geldt voor de status van hout als CO2-neutraal. De overheid maakt zich daarmee totaal ongeloofwaardig.

Vraag4

- De verduurzaming van de gebouwde omgeving -

Woningen en andere gebouwen, zoals kantoren en scholen, gaan de komende 30 jaar verduurzamen. Dat betekent onder andere dat we niet meer op gas koken maar via inductie, en dat we onze huizen in de toekomst verwarmen via elektriciteit of duurzaam gas. Dat gaat geleidelijk en start in de wijken waar het aardgasnet vervangen moet worden, of waar aardgas nu al kosteneffectief vervangen kan worden door duurzame warmte, elektriciteit of duurzaam gas. Gemeenten voeren hierover de regie.

Tegelijk stimuleren we individuele woningeigenaren, verhuurders van woningen en eigenaren van andere gebouwen, zoals kantoren, nu al te starten met energiebesparende maatregelen, door op natuurlijke momenten van verbouwing of vervanging van de cv-ketel te kiezen voor isolatie en duurzamere verwarmingsopties. Tot 2030 zijn er subsidiemiddelen beschikbaar voor isolatie en warmte-installaties. De energiebelasting wordt aangepast zodat een sterkere prikkel ontstaat om te verduurzamen doordat investeringen in verduurzaming zich sneller terugverdienen. Voor individuele woningeigenaren zal het kabinet een breed palet aan aantrekkelijke financieringsmogelijkheden beschikbaar maken, waaronder gebouwgebonden financiering en een warmtefonds met aantrekkelijke voorfinanciering voor iedereen (ook voor degenen die nu geen financieringsmogelijkheden hebben).

Corporaties gaan afspraken maken over tussendoelen in 2030. Er worden een standaard en streefwaarden ontwikkeld om woningeigenaren en verhuurders handelingsperspectief te bieden.
Om ervoor te zorgen dat de energiekosten van meer huishoudens lager worden of niet onevenredig hard stijgen, moeten we ervoor zorgen dat het verduurzamen van woningen goedkoper wordt. Door de bij de Bouwagenda aangesloten partijen wordt de komende jaren gewerkt aan een kostenreductie van de verduurzaming van 20 tot 40%. Ter ondersteuning hiervan is inmiddels een ambitieus innovatie- en opschalingsprogramma gestart en het Bouw Techniek en Innovatie Centrum opgericht. Voor de gebouwen als kantoren, scholen en zorginstellingen komt er een streefdoel voor 2030 en een eindnorm in 2050. In routekaarten geven grote gebouweigenaren aan hoe ze toewerken naar het streefdoel en de eindnorm. De afspraken over de gebouwde omgeving vormen zo een samenhangend geheel.

Vraag 4: Welke aanvullende ideeën heeft u om de gebouwde omgeving te verduurzamen? En wat kunt u daar zelf aan bijdragen?
Mijn idee is om isolatie te stimuleren. Eventueel via subsidie, of via een verlaagde BTW. Maar laat huizen gewoon met hun HR-ketel stoken. Zodra er betere oplossingen zijn, worden die heus wel gekocht. Door veel aandacht te besteden aan de verwarming van huizen, kies je ervoor burgers maximaal lastig te vallen met uiteindelijk hele dure ingrepen, terwijl het netto effect bescheiden is. niet doen dus.

Wat wel kan is: gebruik aan de znkant van nieuwe huizen geen dakpannen meer, maar zonnepanelen. De zonnepanelen worden dus onderdeel van de dakconstructie. Spaart dakpannen.

Vraag5

- De klimaatopgave in de landbouw -

In 2050 is de wereldbevolking gegroeid tot zo’n 9,5 miljard mensen. Om de aarde niet uit te putten, moeten we anders gaan consumeren en produceren. Een omschakeling is nodig waarin niet druk op de kostprijs van producten leidend is maar het streven naar voortdurende verlaging van het verbruik van grondstoffen en vermindering van de druk op onze leefomgeving. Dat betekent ook een andere inrichting van onze landbouw en landgebruik, zodat grondstoffen en hulpbronnen op een duurzame manier worden gewonnen en optimaal worden benut. Om tot zo’n circulair en klimaatneutraal landbouwsysteem te komen, hebben we een samenhangende aanpak nodig. De kabinetsvisie ‘Waardevol en verbonden’ en het realisatieplan van die visie bieden hiervoor een kader. Denk hierbij aan bijvoorbeeld een betere verbinding tussen landbouw en natuur, een lager gebruik van niet-hernieuwbare grondstoffen en een beter verdienvermogen voor duurzaam werkende ondernemers. In het Klimaatakkoord zijn concrete maatregelen afgesproken die verbonden zijn met de kabinetsvisie. Boeren, tuinders, bedrijven en andere partijen in en rond landbouw en landgebruik staan nu voor de uitdaging om deze activiteiten in samenhang uit te voeren.

Vraag 5: Welke praktische ideeën heeft u om zoveel mogelijk samenhang aan te brengen tussen de uitvoering van de afspraken uit het Klimaatakkoord en de visie Waardevol en Verbonden?
Omdat Nederland veel meer voedsel produceert, dan ze zelf verbruikt, en omdat landbouw slechts een klein onderdeel is van de Nederlandse economie, en boeren steeds meer moeite hebben hun hoofd boven water te houden, kan ik me voorstellen dat geleidelijk aan land aan de landbouw ontrokken wordt. Dat land komt dan beschikbaar voor zowel natuur, als voor bebouwing.

Wel wijs ik rop dat in Nederland geproduceerd voedsel dikwijls milieuvriendelijker geproduceerd wordt als in het buitenland.

Maar al met al ben ik voor een langzame, zachte sanering van de landbouw. Nederland is te druk om zoveel lanfd enkel te reserveren voor de landbouw.
Ik snap eerlijk gezegd niet waarom tot voor kort nog zoveel vergunningen verstrekt zijn voor megastallen en dergelijke, vaak dicht bij natuurgebieden. Vanuit mijn gematigde en realistische visie, was dat niet nodig geweest.

Vraag6

- Participatie bij duurzame elektriciteitsopwekking -

Het kabinet vindt het van belang dat burgers en bedrijven kunnen participeren in zonne- en windparken. Met ‘participatie’ worden meerdere dingen bedoeld. Het gaat over het goed betrekken van burgers en bedrijven bij het maken van plannen voor zonne- en windparken, en bij het bouwen van de parken. Dat betekent onder andere dat mensen goed geïnformeerd worden, dat zij ideeën en suggesties kunnen aandragen, kunnen meedenken, en kunnen laten weten wat ze van de plannen vinden. Participatie bij zonne- en windenergie gaat ook over financiële participatie; wanneer bijvoorbeeld burgers, bedrijven of coöperaties geld investeren in een project en/of opbrengsten van een project ontvangen, bijvoorbeeld door uitkering van winst of via een omgevingsfonds voor de gemeenschap.

Op dit moment verzamelen overheden, bedrijven en andere organisaties kennis over hoe burgers en bedrijven kunnen participeren in zonne- en windparken. Dit wordt onder andere opgeschreven in een zogenaamde ‘handreiking’ over participatie in energieprojecten.

Vraag 6: Op welke manier(en) zou u willen participeren in zonne- en windenenergieprojecten en wat vindt u hierbij belangrijk? U kunt hierbij denken aan bovengenoemde voorbeelden, maar ook aan andere vormen van participatie.
Participatie klinkt mooi, maar kan snel omslaan in bedillen en indoctrinatie. Daar wil ik ver van blijven. Ook is niet goed hoe mensen worden vastgeklonken aan wanpresterende warmtenetten die er niet voor schromen burgers torenhoge rekeningen te presenteren. De burgers kunnen toch geen kant op.

Participatie betekent in mijn ogen vooral dat burgers zelf een realistische keuze kunnen maken. Het grootste effect is overigens niet te verwachten van burgers naar van bedrijven.

Nuttig is misschien dat de overheid meer faciliteiten biedt om bij wat grotere systemen de rekening/opbrengsten te verdelen.

Vraag7

- Het stimuleren van elektrische voertuigen -

Om de klimaatimpact van de manier waarop we ons vervoeren te verlagen is een verschuiving nodig naar schone vormen van mobiliteit. Voor autoverkeer zijn elektrische voertuigen, aangedreven door duurzaam opgewekte elektriciteit, hard nodig voor die verschuiving. Het kabinet wil daarom de aanschaf van elektrische voertuigen stimuleren, als ook het leasen van elektrische auto’s. Dit geldt voor personen-, bestel- en vrachtauto’s. Daarvoor stelt de overheid subsidies beschikbaar.

Vraag 7a: Waar dient het kabinet rekening mee te houden bij de vormgeving van deze subsidies?

Voor de stimulering van elektrische auto’s onderzoekt het kabinet een subsidie bij de aankoop van een nieuwe of tweedehands elektrische personenauto, het verstrekken van laadtegoed en een subsidie voor een laadpaal en/of batterijgarantie.

Vraag 7b: Wat vindt u van deze instrumenten? Zijn er nog andere manieren om de aankoop van een elektrische auto aantrekkelijk te maken?

Vraag 7c: Wilt u nog andere overwegingen aan het kabinet meegeven voor de uitvoering van het klimaatbeleid voor mobiliteit?

7a.

Mij lijkt het nuttig om bij belastingen en kortingen voor auto's te kijken naar de daadwerkelijke milieubelasting. daarbij dient ook de milieubelasting van het produceren van een auto te worden meegenomen, en ook de milieubelasting van het opwekken van de elektriciteit waar de auto op loopt. Resultaat kan zijn dat een zuinige benzineauto het beter doet dan een elektrische auto. dat mag dan tot uitdrukking in de belastingen en subsidies op die auto. De boodschap elektriciteit is schoon is te simpel.

7b.

Nogmaals, het gaat er niet om om elektrische auto's te stimuleren. Het gaat om het totale plaatje. maar je kunt natuurlijk iedere koper van een elektrische auto een oorkonde van goed gedrag sturen (als grap bedoeld).

7c.

Nou ja, mobiliteit is hoe dan ook een probleem in Nederland. niemand houdt van files. Ik kan me voorstellen dat in de toekomst veel meer werk wordt uitgewisseld via ICT, en dat men nog maar één of twee keer per week naar kantoor hoeft. Dat scheelt in de mobiliteitsbehoefte.

Vraag8

- De bijdrage van circulaire economie aan de klimaatopgave -

Voor het klimaatvraagstuk maakt het niet uit of de emissies en emissiereducties binnen of buiten Nederland plaatsvinden. Internationaal is afgesproken dat de uitstoot van broeikasgassen wordt gemonitord op de plaats waar de emissies plaatsvinden. Dit wordt ook wel de “schoorsteenbenadering” genoemd. Er kunnen zich situaties voordoen waar het reduceren van emissies aan de schoorsteen resulteert in hogere (of lagere) emissies elders in de (internationale) productieketen. De schoorsteenbenadering houdt dus geen rekening met emissies die bepaalde activiteiten elders veroorzaken of voorkomen.

Hoewel de schoorsteenbenadering emissies elders in de keten buiten beschouwing laat, is deze aanpak nodig om nationale emissies onderling te kunnen vergelijken, en af te zetten tegen het doelbereik. Voor de nationale doelstelling van 49% CO2-reductie wordt daarom alleen naar nationale CO2-reductie gekeken. Omdat circulaire maatregelen gericht zijn op het sluiten van grondstofketens, vinden de CO2 effecten van deze maatregelen vaak plaats op verschillende plekken in een (internationale) productieketen. Om de kosten van de transitie voor de Nederlandse burger laag te houden, is het kabinet op zoek naar circulaire maatregelen die potentieel hebben om (vooral) in Nederland veel CO2 te reduceren.

Vraag 8: Welke circulaire diensten of concepten kunnen volgens u positief bijdragen aan het kostenefficiënt reduceren van CO2 op het Nederlandse grondgebied?
Wat u hierboven schetst is de omgekeerde wereld. Voor wie zich zorgen maakt over de wereldwijde uitstoot van CO2 gaat het niet om wat er precies in Nederland wordt uitgestoten. Dat is dus een foute doelstelling. Stel Nederland kan met een een kleine verhoging van de CO2 elders een grote daling vaan CO2 bewerkstelligen, dan is dat goed het behalen van de wereldwijde CO2 doelstelling.

Wat u hierboven beschrijft is mij te vaag. Wat hebt u in gedachten? Is het dat koeien die mais uit Amerika eten in Nederland winden laten en dus CO2 uitstoten ? Door de productie van mais te beperken, wilt u voorkomen dat Nederlandse koeien CO2 uitstoten? Ik begrijp al helemaal niet het kosten reducerende effect dat dit zou hebben. Leg eens uit?

Vraag9

- De ruimtelijke inpassing van de energietransitie -

De transitie brengt veranderingen mee in de fysieke leefomgeving. Een duurzaam energiesysteem vergt meer ruimte dan een fossiel systeem. Deze ruimte is in Nederland – waar elke vierkante meter al een (of meerdere) bestemming(en) heeft – niet vanzelfsprekend. Een goede ruimtelijke aanpak van de transitie, inclusief het maken van (soms ingrijpende) ruimtelijke keuzen, is daarmee een noodzakelijke voorwaarde voor het behalen van de klimaatdoelstellingen.

Vraag 9: Op welke wijze denkt u dat het draagvlak voor de ruimtelijke inpassing van bijvoorbeeld windmolens en zonnepanelen vergroot kan worden?
Leg zonnepanelen enkel op daken. Er zijn nog daken genoeg om zonnepanelen op te leggen. Verder kunnen zuidelijke landen zich toeleggen op de productie van zonne-energie. Even een paar jaar wachten totdat dit op een milieuvriendelijke manier kan met recyclebare zonnepanelen. Binnen 10 jaar zullen die er zijn.

Men wil nu vooral windmolens bouwen op zee. Dat heeft echter ook allerlei nadelen. Met name de productie gaat met veel CO2 uitstoot samen. Bovendien gaat er naar windmolens nog steeds veel subsidies.

Ik zou internationaal een samenwerkingsverband voor de ontwikkeling van thoriumcentrales bouwen. Die zijn veel kleiner en handzamer dan de huidige generatie kernenergiecentrales. Als men eenmaal een goed ontwerp heeft, kan men thoriumcentrales in serie bouwen. Bedenk daarbij dat zelfs het IPCC zegt dat CO2 reductie zonder kernenergie niet mogelijk is. Bedenk ook dat we qua kernenergie sinds de jaren 80 een enorme achterstand hebben opgelopen.