Wetsvoorstel maatregelen loondoorbetaling bij ziekte en WIA

Reactie

Naam Drs. Sh. Smeding
Plaats Groningen
Datum 5 juli 2019

Vraag1

U kunt reageren op alle onderdelen van het wetsvoorstel en de toelichting daarop.
In het wetsvoorstel maatregelen loondoorbetaling bij ziekte en WIA wordt "het advies van een bedrijfsarts over de belastbaarheid van de werknemer" leidend gemaakt.
Dit is in de meeste gevallen ook nu al zo. De RIV-toets is een toets die door een arbeidsdeskundige van het UWV wordt gedaan. Pas als er vragen dan wel twijfels zijn over de vastgestelde belastbaarheid, zal er een verzekeringsarts aan te pas komen. Door de mogelijkheid van het evalueren van het advies van de bedrijfsarts uit de RIV-toets te halen, ontstaat er een situatie waar werknemers de dupe van kunnen worden, omdat hen een mogelijkheid op re-integratie inspanningen wordt ontnomen op het moment dat de bedrijfsarts te grote beperkingen oplegt.
Door de toetsing van het oordeel van de bedrijfsarts uit de RIV-toets te halen, wordt vertrouwen gesteld in een enkele professional, zonder mogelijkheid van onafhankelijke kwaliteitstoetsing. Dit lijkt mij een onwenselijk gevolg van de nieuwe wetgeving. Oók binnen UWV worden artsen (steeksproefgewijs) getoetst op hun oordeel aangaande belastbaarheid en prognose, juist ook om de kwaliteit van de arbeidsongeschiktheidsbeoordelingen te bewaken. Het is m.i. niet goed voor de professionaliteit en kwaliteit dat bedrijfsartsen van zo'n kwaliteitstoetsing worden ontheven.
Ik snap dat werkgevers op de professionaliteit van hun bedrijfsartsen willen kunnen vertrouwen. Maar dat vertrouwen kan op andere manieren verdiend worden: door het aanvragen van een second opinion bij een andere bedrijfsarts, of bij het UWV, op het moment dat er re-integratie blokkerende/bemoeilijkende adviezen worden gegeven. Door bijvoorbeeld een extra check in te bouwen na 1 jaar ziekte: zitten werkgever en werknemer nog op het goede spoor? (vergelijkbaar met de Eerstejaars Ziektewetbeoordeling die nu voor vangnetters door het UWV wordt gedaan, maar dan zonder kans op verlies van werk, omdat de loondoorbetalingsverplichting nu eenmaal 104 weken bedraagt.) Dit kan een taak zijn die door UWV gedaan wordt, maar ook door een tweede bedrijfsarts. Een overleg van bedrijfsarts en verzekeringsarts over "moeilijke" gevallen kan ook uitkomst bieden.
Je zou ook nog kunnen denken aan het anders inrichten van de sancties: bijvoorbeeld gedeelde kosten voor werkgever en UWV, waarbij UWV bijvoorbeeld de re-integratieverplichtingen overneemt in het derde jaar.