Wetsvoorstel doorlopende leerroutes vmbo-mbo (sterk beroepsonderwijs)

Reactie

Naam Voogd (RD de)
Plaats Den Helder
Datum 7 februari 2019

Vraag1

Dit wetsvoorstel maakt het mogelijk om doorlopende leerroutes in te richten waarbij het onderwijs verrijkt, verdiept en soms ook verkort kan worden. Verkorting is geen doel op zich, maar is wel een mogelijkheid.
Dit wetsvoorstel biedt scholen de mogelijkheid om een verkorte doorlopende leerroute vmbo-basisberoepsopleiding (mbo niveau 2) aan te bieden binnen een studieduur van 2 jaar (vanaf de bovenbouw van het vmbo t/m een diploma basisberoepsopleiding).

Denkt u dat het mogelijk is om jongeren vanaf de bovenbouw vmbo naar een diploma basisberoepsopleiding te begeleiden in 2 studiejaren? Of is deze verkorting niet haalbaar?
Voor niveau 2 geen enkel probleem. Ook niveau 3 en 4 is voor de meeste opleidingen haalbaar als we ca. 6000 uren onderwijstijd gaan realiseren in zesjarige routes.
Zeker als we het onnodige vmbo-diploma er tussenuit halen.
Een startkwalificatie is het minimale diploma met civiele waarde in relatie tot doelmatigheid en arbeidsmarktperspectief, dus alle vmbo diploma's (en diploma praktijkonderwijs) zijn fopdiploma's die hebben geleid tot een enorme toets en examendrukte in het vernieuwde vmbo. En na het Maastricht drama wordt de druk op nog meer toets-beheer en toets-gedoe alleen maar groter, wat zeker ten koste gaat van kansen voor vele kwetsbare jongeren. Haal het diploma lager dan een startkwalificatie dus weg en regel een aantal summatieve meetmomenten in de zesjarige routes.
We moeten vmbo-mbo routes van 6 jaar zien als funderend onderwijs, zo ook een zesjarige havo met meer beroep/praktijkcomponent (vgl. nieuwe route TL/GL) en een zesjarige vwo-route met wetenschapsoriëntatie. Alle jongeren na de basisschool zes jarig funderend onderwijs, gelijke kansen.

Vraag2

De eerste twee jaren van de doorlopende leerroute is de jongere ingeschreven op de vmbo-school. De vmbo-school is in die periode ook verantwoordelijk voor de naleving van wet- en regelgeving. Enige uitzondering hierop is dat de mbo-instelling te allen tijde verantwoordelijk blijft voor het mbo-onderwijs, -examinering en –diplomering.
Na twee jaren wordt de jongere overgeschreven naar de mbo-instelling. Vanaf dat moment wordt de mbo-instelling verantwoordelijk voor de naleving van wet- en regelgeving in de doorlopende leerroute. Ook hier geldt weer dat de enige uitzondering is dat de vo-school te allen tijde verantwoordelijk blijft voor het vo-onderwijs, -examinering en –diplomering.
In de samenwerkingsovereenkomst maken de vmbo-school en mbo-instelling afspraken over wat zij van elkaar nodig hebben om de wet- en regelgeving na te leven.

Is de verantwoordelijkheidsverdeling tussen de vo-school en de mbo-instelling voldoende duidelijk?
Het kan zo wel maar liever zie ik voor deze trajecten een in een overeenkomst vast te leggen gedeelde verantwoording voor vo- en mbo-bestuur. Uiteindelijk moet het streven zijn het vmbo-diploma er tussen uit te halen voor alle trajecten tot en met een startkwalificatie.

Vraag3

Biedt de mogelijkheid dat vmbo-examens tot en met het derde jaar van de doorlopende leerroute kunnen worden afgesloten voldoende ruimte om een geïntegreerd onderwijsprogramma vmbo-mbo aan te bieden?
Ja maar het vmbo-diploma moet er m.i. helemaal tussenuit voor doorlopen routes met mbo, ook voor niveau 3 en 4. Alleen voor doorstroom vmbo-havo is mogelijk een summatieve toelating nodig voordat er wordt ingestroomd in 4 havo.