Onderwijs op een andere locatie dan school

Reactie

Naam A.M. de Vries-Dekker
Plaats Bantega
Datum 31 januari 2017

Vraag1

Voorgesteld wordt dat leerlingen in bijzondere gevallen met rijksmiddelen tijdelijk onderwijs kunnen volgen bij een niet-bekostigde school. Welke effecten verwacht u van dit voorstel? Is dit voorstel voor u in de rol van ouder, leraar of onderwijsbestuurder werkbaar? Zo nee, waarom niet? Kleven er volgens u risico’s aan de voorgestelde maatregelen? Zo ja, welke?
Het risico is dat leerlingen alsnog degene zijn die aangepast worden, in plaats van dat het onderwijs passend wordt gemaakt voor de betreffende leerling. Die leerling viel immers uit, omdat het onderwijs niet past bij zijn/haar mogelijkheden, persoonlijkheid, capaciteiten. Terugkeer zou dan dus wél afhankelijk moeten zijn van veranderend regulier aanbod. in plaats van dat deze leerlingen wordt geleerd om te gaan met het voor hen niet passende systeem.
Tel daarbij op dat reeds opgelopen trauma (zeker indien dit ontstond op jonge leeftijd) diepe wonden heeft geslagen bij menig uitgevallen leerling. Tijdelijk kan daardoor ervaren worden als 'het zwaard van Damocles' en ontwikkeling zelfs doen blokkeren. De druk ligt toch vooral bij leerlingen en hun ouders en niet zozeer, daar waar die hoort, bij scholen om passend aanbod voor iedereen te bewerkstelligen. Mede, omdat scholen (binnen het SWV)veelal de regie voeren over het geld dat richting deze voorzieningen stroomt en er dus vooral baat bij hebben deze trajecten zo kort mogelijk te laten duren.
De focus ligt verkeerd. Niet op de oorzaak, maar op het gevolg van uitval en de consequenties daarvan. Die consequenties zou je simpelweg dienen te accepteren en zouden vanzelf verdwijnen indien scholen zich gaan focussen en inzetten om uitval te voorkomen door het onderwijsaanbod breder én passender te maken voor meer leerlingen.

Vraag2

Voorgesteld wordt dat sportieve en culturele toptalenten in het basisonderwijs mogen afwijken van de onderwijslocatie en onderwijs mogen volgen buiten reguliere lestijden, als daarover overeenstemming wordt bereikt tussen ouders en de school. Welke effecten verwacht u van dit voorstel? Is dit voorstel voor u in de rol van ouder, leraar of onderwijsbestuurder werkbaar? Zo nee, waarom niet? Kleven er volgens u risico’s aan de voorgestelde maatregelen? Zo ja, welke?
Het zou een recht van kinderen moeten zijn om hun talenten te mogen ontplooien. Leren is niet gebonden aan een tijd of ruimte. Leren vindt de hele dag door en in iedere willekeurige omgeving plaats. Kinderen zijn op deze wijze overgeleverd aan de welwillendheid van een school. Het risico is dat uit angst voor precedentwerking scholen medewerking weigeren en zo kinderen de kans op zeer waardevolle ervaringen en ontwikkeling wordt onthouden.

Vraag3

Voorgesteld wordt dat leerlingen die met hun ouders langdurig in het buitenland verblijven tijdelijk onderwijs op afstand kunnen volgen, als daarover overeenstemming wordt bereikt tussen ouders en de school. Welke effecten verwacht u van dit voorstel? Is dit voorstel voor u in de rol van ouder, leraar of onderwijsbestuurder werkbaar? Zo nee, waarom niet? Kleven er volgens u risico’s aan de voorgestelde maatregelen? Zo ja, welke?
Wederom geldt dat dit een recht zou moeten zijn. Leren is niet gebonden aan plaats, noch tijd. Het is voor alle partijen nuttig en zinvol om tot wederzijds gedragen oplossingen te komen, omdat ook ouders er belang bij hebben dat hun kind na terugkomst gewoon kan aansluiten bij de onderwijssetting waar het tijdelijk uit weg gehaald wordt.

Vraag4

Voorgesteld wordt dat kinderen via het volgen van thuisonderwijs aan de leerplicht kunnen voldoen indien het thuisonderwijs aan minimum kwaliteitsnormen voldoet waarop de onderwijsinspectie toezicht houdt. Welke effecten verwacht u van dit voorstel? Is dit voorstel voor u in de rol van ouder, leraar of onderwijsbestuurder werkbaar? Zo nee, waarom niet? Kleven er volgens u risico’s aan de voorgestelde maatregelen? Zo ja, welke?
Thuisonderwijs is in vele landen een compleet normaal en geaccepteerd verschijnsel. De zorgen die in Nederland hierover leven zijn vol van vooroordelen en angst regeert. Dit, terwijl uit onderzoek naar thuisonderwijs juist blijkt dat kinderen erop floreren, uitzonderingen daargelaten. Maar...laten we wel wezen, ook binnen het regulier onderwijs gaat er veel mis en vallen kinderen uit.
Het openstellen van thuisonderwijs en het als normaal alternatief accepteren (zonder allerlei toeters en bellen en onnodige eisen) maakt het mogelijk om 'out in the open' thuisonderwijs vorm te geven.
Open learning centra, bibliotheken en lesmaterialen vrij beschikbaar stellen voor thuisonderwijzers zou al een heleboel veranderen én inzichtelijk maken dat thuisonderwijzers het onderwijs van hun kinderen zeer serieus nemen.
Vooralsnog is het in Nederland nauwelijks mogelijk om Nederlandstalig lesmateriaal op VO niveau te bemachtigen.Dát zou moeten veranderen. Toezicht ontstaat dan vanzelf.
Groot risico dat ik zie vanuit de voorstellen is dat thuisonderwijs verheven wordt tot schooltje spelen, thuis aan de keukentafel. Daarmee haal je de kracht en het hart uit het thuisonderwijs. Thuisonderwijs is wezenlijk anders van karakter en is bij uitstek gericht op en geschikt voor écht maatwerk. Vele kinderen hebben daar baat bij.
Ik zou adviseren om thuisonderwijs juist als proeftuin te omarmen, als bron van innovatie voor het onderwijs en dus juist het schoolse denken en het toetsen daar ver weg van te houden. Ik zie juist voor uitvallers veel kansen in een thuisonderwijs-omgeving, mits ouders die al kennen en daar vrij toegang toe kunnen vinden. Maak je van thuisonderwijs echter school aan de keukentafel, help je een hele groep kinderen alsnog niet. Als schools leren het probleem vormt, dan lopen die straks ook binnen het thuisonderwijs vast, terwijl daar juist kansen liggen om wél tot bloei en ontwikkeling te kunnen komen. Heeft de ervaring mij geleerd, als bevoegd leerkracht/moeder van twee jongens met 5a waarbij schools leren tot ernstig trauma heeft geleid, zijnde.

Vraag5

Hoe zou een thuisonderwijzer zijn pedagogisch-didactische bekwaamheid kunnen aantonen? Kunt u dit toelichten?
In mijn ogen is slechts één vraag daarbij relevant. Voelt het kind zich veilig en gezien in de relatie met zijn/haar ouders. Is het kind gelukkig? Een gelukkig kind is namelijk een zich ontwikkelend kind.
Maar die vraag dient dan ook andersom gesteld te worden. Hoe gaan we om met kinderen die zich niet veilig voelen op school? Nemen we die ook serieus? Nemen we hun ouders serieus? En als die aangeven thuisonderwijs te wensen, wordt dit dan geaccepteerd?
Ik constateer dat er enorm met twee maten gemeten wordt binnen het wetsvoorstel. Er worden heel wat regels en eisen gesteld, die we binnen het onderwijs ook niet voor elkaar hebben. Dat vind ik kwalijk en ook zorgelijk. Pas indien het onderwijsveld ook de problemen die daar spelen onder ogen gaat zien, ontstaat ruimte om na te denken over oplossingen en beter passend aanbod voor meer leerlingen.
De thuisonderwijzers die ik heb ontmoet de afgelopen drie jaar beschikken over het algemeen over zeer goede pedagogisch-didactische vaardigheden. Er valt veel kennis uit te wisselen. Als leerkracht is er een hele nieuwe wereld open gegaan, één waarvan ik graag beter op de hoogte was gebracht, reeds op de PABO.