Landelijke beëindigingsregeling veehouderijlocaties (LBV)

Reactie

Naam Anoniem
Plaats Lunteren
Datum 8 juni 2022

Vraag1

U kunt van 10 mei tot en met 13 juni via deze website reageren op de regeling en de toelichting.
Wij hebben 2 verbeterpunten voor de regeling:
1. De conceptregeling gaat uit van veehouderijen die in het bezit zijn van een natuurvergunning. Gelet op de uitspraak van de Afdeling Bestuursrechtspraak d.d. 20 januari 2021 bekend onder de naam "Logtesebaan" is het hebben van een natuurvergunning niet verplicht. Het gaat uiteindelijk om de referentie die een veehouderij heeft. De referentie kan een natuurvergunning zijn of bij gebrek daaraan een op de Europese referentiedatum aanwezige toestemming zoals een onherroepelijke vigerende vergunning dan wel geldende melding op grond van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht onderdeel milieu, de Wet milieubeheer of de Hinderwet; waarbij de laagst toegestane depositie vanaf de referentiedatum geldt. Door enkel uit te gaan van bedrijven die een natuurvergunning hebben wordt een deel van de actieve veehouderijbedrijven uitgesloten, het is daarom aan te bevelen om de term natuurververgunning te vervangen door de term referentie en/of toestemming. Voor een voorbeeld: bekijk de provinciale beleidsregels intern en extern salderen, daar worden die termen correct gebruikt.
2. De groep vleeskuikenouderdierenhouders wordt in bijlage 3 onder de categorie "vleeskuikens" geschaard. Dit is ons inziens incorrect: bij vleeskuikens is sprake van stallen met beperkte stalinrichting, maar bij vleeskuikenouderdierenhouders zijn de stallen ingericht met dure stalinrichting voor emissiebeperking (verplicht vanuit het Besluit emissiearme huisvesting) en eierverzameling (legnesten, eierinpakapparatuur). De inrichting en kosten van deze stallen zijn vergelijkbaar met die van leghennen. De emissie uit de vleeskuikenouderdierenhouderij is echter vele malen hoger dan die van leghennen, het zou jammer zijn als deze groep door de beperkte vergoeding afziet van deelname gelet op het doel van de beoogde regeling.

Vraag2

DDaarnaast zijn we specifiek benieuwd naar uw reactie op de volgende vragen.

Het bevoorschottingsritme:
Hoe kijkt u aan tegen het voorgestelde bevoorschottingsritme en in hoeverre sluit dit volgens u aan bij de kosten die gemaakt worden gedurende het beëindigingstraject?
lijkt in orde.

Vraag3

Ondersteunend beleid:
Stoppen met een bedrijf is een ingrijpend besluit voor iedere agrarische ondernemer en zijn of haar omgeving. Dit besluit vraagt niet alleen om inzicht in de financiële omstandigheden van het bedrijf, maar ook om inzicht in alternatieve activiteiten. Denk bijvoorbeeld aan de herbestemming van een locatie. Ook emotionele overwegingen spelen een rol. Een veehouderij is vaak al generaties in de familie. Ondernemers ervaren hierdoor een barrière om te stoppen.

Het ministerie van LNV wil ondernemers helpen bij het maken van keuzes. Graag ontvangen wij uw antwoord op de volgende vragen:
• Wat zijn volgens u goede manieren om de veehouder te ondersteunen bij de afweging voor het beëindigen met hulp van deze regeling,
• Is een veehouder gebaat bij advisering over zijn toekomstmogelijkheden, al dan niet gefaciliteerd door de overheid, en op welke onderwerpen is de veehouder volgens u het meest gebaat bij deze advisering?
Het gaat uiteindelijk ook om de alternatieven die geboden worden (op persoonlijk niveau en dat op het gebied van de ruimtelijke ordening). Hulp van een onafhankelijke plattelandscoach is daarbij wenselijk.

Vraag4

Communicatie over de regeling:
• Via welke media zou u bij voorkeur op de hoogte gehouden worden van de regeling en de uitvoering ervan?

Via de vakbladen (specifiek gerichte advertenties) in drukwerk en online.