actualisatie van bijlage D - excretieforfaits

Reactie

Naam E.J. Bouwers
Plaats Geesbrug
Datum 12 augustus 2019

Vraag1

Op alle onderdelen van de wijzigingsregeling kan een reactie worden gegeven.
Ik ben het niet eens met het zomaar (binnen huidige actieprogramma) wijzigen van de normen. De tabellen zijn geldig van 2019-2021. Bedrijven mogen er dan van uit gaan dat in deze periode de normen gelijk blijven.

Daarnaast zijn de uitgangspunten en de wijze van berekenen onbekend. Voor categorie 122 (dieren gehouden voor roodvlees vanaf 3 maand tot aan de slacht.) worden dezelfde normen gehanteerd als voor categorie 102 (jongvee voor de melkveehouderij tot 2 jaar) terwijl deze dieren een totaal verschillend rantsoen krijgen. Daarnaast wordt voor categorie 102 een toeslag aan behoefte berekend voor de periode van ca. 15 maand leeftijd dat deze dieren drachtig zouden zijn. Hiervan is bij categorie 122 absoluut geen sprake waardoor meer stikstof en fosfaat wordt vastgelegd in vlees.

Tevens zijn de documenten van CDM in concept. Dat zou betekenen dat de voorgenomen wijzigingen (dus in concept) gebaseerd zijn op een concept advies.

De sector is niet in de gelegenheid geweest om te komen met informatie. Daarnaast hebben de voorgenomen wijzigingen zeer grote gevolgen voor delen van de landbouw sector. Dit valt onder het zorgvuldigheidsbeginsel.

Ik verwacht van een betrouwbare overheid:
- voor de invoering een goede onderbouwing van de berekeningen
- een overleg met de sectoren
- een ruime periode alvorens de nieuwe excretienormen worden ingevoerd.