Wetsvoorstel evenredigheidstoets RWN

Reactie

Naam Mynta Law (A. van Rosmalen)
Plaats Den Haag
Datum 3 september 2020

Vraag1

Wilt u reageren op deze consultatie? Dan kunt u hier uw reactie geven. U kunt dat doen door een tekst te typen of door een document te uploaden.
Ik geef in overweging het onderscheid tussen Unierechtelijke en nationaalrechtelijke onevenredigheid te laten varen, en de optieregeling dus uit te breiden zodat álle omstandigheden bij de beoordeling kunnen worden betrokken.

Hiervoor bestaan tenminste drie argumenten.

Allereerst verwachten burgers dit van goede wetgeving. De reacties maken dat duidelijk. Hoewel het onderscheid tussen Unierechtelijke en nationaalrechtelijke onevenredigheid voor het Hof van Justitie en de Raad van State wellicht logischerwijs voortvloeit uit de bevoegdheidsverdeling tussen de EU en Nederland, is dit voor leken niet logisch. Dit onderscheid doet geen recht aan de algemene verwachting van mensen bij het begrip “evenredigheidstoets”.

In de tweede plaats zou handhaven van dit onderscheid burgers direct aanzetten tot het voeren van nieuwe procedures, met als inzet de scheidslijn tussen het nationaalrechtelijke en Unierechtelijke domein ten gunste van burgers - en ten nadele van de Nederlandse soevereiniteit - te laten opschuiven. Het is onvoorspelbaar of de rechter hier op termijn in mee zou gaan. De vraag is dan of het op korte termijn behouden van de bevoegdheid om een groter aantal optieverzoeken te kunnen afwijzen, nota bene in onevenredige situaties, hier wel tegen opweegt. Ik meen van niet.

In de derde plaats meen ik dat vanuit ieder denkbaar politiek perspectief het loslaten van dit onderscheid goed verdedigbaar is. Een politieke partij die in principe voor een streven naar enkelvoudige nationaliteit staat hoeft dat standpunt niet los te laten om te kunnen onderkennen dat onevenredige situaties wel hersteld moeten kunnen worden, ongeacht of het Unierecht dit voorschrijft of niet.