Domein-overstijgende samenwerking

Reactie

Naam Stichting Pharos Expertisecentrum Gezondheidsverschillen (Drs. P. Heijdenrijk)
Plaats Utrecht
Datum 19 april 2021

Vraag1

Wat vindt u van de voorgestelde wetswijziging om domein-overstijgende samenwerking meer te faciliteren, door de taken van zorgkantoren uit te breiden, zodat zij rechtmatig samen met andere inkopende partijen kunnen investeren in preventieve maatregelen?
De voorgestelde wetswijziging zien we als zeer bemoedigend. Pharos zet zich in om de gezondheidsverschillen in Nederland te verkleinen. Daarom ondersteunen we maatregelen die de kansen op een goede gezondheid van mensen met een laag inkomen en minder jaren opleiding vergroten. De doelmatigheid van de preventieve maatregelen die met een wetswijziging mogelijk worden, zal vergroot worden als (1) onderzocht wordt welke mensen het vaakst duurdere en zwaardere zorg nodig hebben en (2) de preventieve maatregelen en domein overstijgende samenwerking ingezet worden om de situatie voor deze mensen te verbeteren. Mensen met een laag inkomen en minder jaren opleiding leven vaker in een ongezondere omgeving en hebben vaker beperkte gezondheidsvaardigheden. Het gaat om ruim 36% van de Nederlanders. Er is een duidelijke samenhang tussen beperkte gezondheidsvaardigheden en een slechtere gezondheid. Ouderen, waaronder een groeiende groep niet-westerse migranten, zijn sterker vertegenwoordigd in de groep mensen met beperkte gezondheidsvaardigheden. Astma en COPD, diabetes, kanker, hart- en vaatziekten en psychische problemen komen bij mensen met beperkte gezondheidsvaardigheden vaker voor. Zo ook risicofactoren voor dementie. (Zie ook de notitie ‘Preventie van dementie bij mensen met een lage sociaal- economische status (ses) en in het bijzonder migranten met een lage ses’ in de bijlage.)

Vraag2

Wat vindt u van de gestelde voorwaarden met betrekking tot zorgdragen voor preventieve maatregelen, die in het wetsvoorstel zijn opgenomen en die voorgesteld worden om bij of krachtens algemene maatregel van bestuur op te nemen in nadere regels?

Deze voorwaarden omvatten:
- Zorgkantoren kunnen alleen investeren in preventieve maatregelen als het gezamenlijkheid is met met één of meer gemeenten, zorgverzekeraars of Onze Minister voor Rechtsbescherming.
- Er moet een positieve business case aan ten grondslag liggen. Er moet een duidelijk omschreven casus zijn waarin:
a. wordt beschreven wat het doel is van de preventieve maatregel;
b. een inschatting wordt gemaakt van de verwachte kosten en baten, waarbij het bedrag niet hoger mag zijn dan de door hem ingeschatte besparingen aan Wlz-zorg; en waarin
c. de wijze van monitoring en evaluatie wordt beschreven.
We onderschrijven de intentie van de gestelde voorwaarden, maar pleiten voor aanscherping, om het onbedoeld vergroten van Sociaal Economische Gezondheidsverschillen te voorkomen (zie ook de publicatie ‘Gezondheidsverschillen duurzaam aanpakken, de negen principes voor een succesvolle strategie’,
https://www.pharos.nl/kennisbank/gezondheidsverschillen-duurzaam-aanpakken-de-negen-principes-voor-een-succesvolle-strategie/ ):
• Zo is een gedifferentieerde aanpak naar doelgroep effectiever dan een universele aanpak. Bij een universele aanpak bestaat de kans dat juist de mensen die het ’t minst nodig hebben er van profiteren. We stellen daarom voor om als voorwaarde op te nemen dat persoonsgericht en netwerkgericht gewerkt wordt: ‘a. wordt beschreven wat het doel is van de preventieve maatregel en voor welke doelgroep deze wordt ingezet en hoe daarvoor gedifferentieerd wordt;’.
• Ook zijn lokale aanpakken effectiever voor mensen met een lage sociaal economische status en in het bijzonder migranten met een lage sociaal economische status. We stellen daarom voor om als voorwaarde op te nemen dat er wordt samengewerkt met een gemeente: ‘Zorgkantoren kunnen alleen investeren in preventieve maatregelen als het gezamenlijkheid is met één of meer gemeenten en met zorgverzekeraars of Onze Minister voor Rechtsbescherming.’
We adviseren om het dus niet mogelijk te maken dat zorgkantoor en zorgverzekeraar gezamenlijk de preventieve maatregelen ontwikkelen en uitvoeren, maar altijd met één of meerdere gemeenten.
• We adviseren dat de baten niet alleen in kosten worden uitgedrukt maar ook in toegevoegde waarden aan de kwaliteit van leven.
• We adviseren dat ook in de monitoring en evaluatie onderscheid gemaakt wordt naar de uitkomsten van de preventieve maatregel om zo inzicht te krijgen bij wie de effecten neerslaan en bij wie niet. Hiermee wordt voorkomen dat gezondheidsverschillen zullen toenemen. Het betreft zowel de uitkomsten in kosten als de uitkomsten in kwaliteit van leven.

Vraag3

Een belangrijke voorwaarde om preventieve maatregelen te bekostigen is dat het aantoonbaar leidt tot lagere zorguitgaven en dat dit landelijk gemonitord en geëvalueerd wordt op basis van heldere criteria. Hoe zou een dergelijke monitor er uit moeten zien, wie moet hierbij betrokken worden en welke criteria vindt u hierin van belang?
Monitoring vraagt om scherp gedefinieerde outcomes, die op verschillende niveau’s (omgeving, individu, netwerk, wijk, etc.) worden gemeten. Pharos pleit er voor om de outcomes inhoudelijk samen met de mensen om wie het gaat op te stellen. Zo mogelijk worden ze betrokken bij de metingen en verwerking ervan (citizen science). Bij voorkeur sluiten de metingen aan bij de bestaande (gemeentelijke of regionale) monitors. Voor duurzaamheid en draagvlak is het goed om een landelijk kennisinstituut te laten samenwerken met regionale kennispartners. We verwijzen hierbij naar het principe van Epistemic Injustice , dat ons leert om verschillende kennisbronnen, waaronder die van de mensen om wie het gaat, te gebruiken voor de monitoring en evaluatie van de effecten.
Bij een dergelijke monitoring, is het belangrijk dat wordt meegenomen of er in de domein-overstijgende samenwerking is ingezet op het verbeteren van de situatie voor de mensen die het meest risico lopen om duurdere en zwaardere zorg nodig te hebben en of de aanpak bij deze groepen aansluit. Het bereiken van juist deze groepen vormt een belangrijke outcome. In het voorbeeld van dementie (zie de notitie ‘Preventie van dementie bij mensen met een lage sociaal economische status’ in de bijlage) zien we dat mensen met lage inkomens vaker dementie hebben en dat mensen met een migratieachtergrond een grotere kans hebben op dementie. Criteria die dan belangrijk zijn, zijn of er in de preventieve maatregel rekening is gehouden met beperkte gezondheidsvaardigheden en laaggeletterdheid en met migratieachtergrond. (Zie ook de whitepaper ‘Inclusief opdrachtgeverschap gemeenten’, https://www.gezondin.nu/wp-content/uploads/2020/12/White-paper-Inclusief-Opdrachtgeverschap-Gemeenten-1.pdf).

Vraag4

Wat vindt u van de voorgestelde wetswijziging om de mogelijkheid te creëren zodat, op aanwijzing van VWS bij specifieke cliëntgroepen of in bijzondere omstandigheden, aanvullende bekostiging van de geleverde zorg naast de persoonsvolgende bekostiging per cliënt mogelijk wordt?
Pharos steunt deze wijziging. Deze mogelijkheid biedt kansen voor passender en beter toegankelijk aanbod voor specifieke personen, zoals oudere migranten. Dergelijk aanbod vraagt namelijk om intensieve en langdurige samenwerking tussen formele organisaties en zelforganisaties en sleutelpersonen in de wijk. Met de huidige dubbele vergrijzing en oplopende personeelstekorten is al te zien dat aanbieders niet verlegen zitten om meer cliënten, waarmee investeren in meer toegankelijkheid voor oudere migranten niet aantrekkelijk lijkt. Investeringen in maaltijden op maat, in voor iedereen toegankelijke technologie, in inrichting en in vaardigheden van professionals zijn nodig om aanbod te hebben dat bij wensen en behoeften van oudere migranten aansluit. In dit kader verdient de positie van mantelzorgers als zorgverlener herwaardering. Het ontwikkelen van nieuwe samenwerkingsvormen tussen informele zorg en professionele zorg is een innovatie met veel preventief potentieel.

Bijlage