Discussiestuk 'Zorg voor de Toekomst'

Reactie

Naam KNMP (drs H Vermaat)
Plaats Den Haag
Datum 29 januari 2021

Vraag1

Herkent u zich in de drie thema’s als de thema’s waar de komende jaren meer verandering op nodig is?

De in Zorg voor de Toekomst genoemde knelpunten zijn herkenbaar. We komen ze tegen bij het werken aan de ambitie van openbaar apothekers: persoonsgerichte farmaceutische zorg en goede farmaceutische zorg in de buurt door samenwerking met andere apothekers, artsen/ voorschrijvers, wijkverpleegkundigen en hun instellingen, lokaal en regionaal.

Vraag2

Herkent u de knelpunten die op (één van) de drie thema’s worden genoemd, of missen er nog belangrijke knelpunten?
1) Apothekers worden nog onvoldoende gezien en benut als zorgverleners, als medicatiespecialist voor de juiste genees- en hulpmiddelen op de juiste plek. Ook in de ontwikkeling van nieuw beleid, zoals Geneeskundige zorg voor specifieke groepen, wordt de apotheker vaak alleen aan de achterkant en niet aan de voorkant meegenomen. Het realiseren, laat staan het opschalen van bijvoorbeeld de facultatieve prestatie openbare farmacie voor Parkinsonpatiënten gaat in de huidige situatie veel te moeizaam.

Vraag3

Welke beleidsopties die genoemd worden bij de drie thema’s leveren volgens u een belangrijke bijdrage aan de houdbaarheid van ons zorgstelsel?
1) Belangrijke beleidsopties zijn minder sterke productieprikkels, meer ruimte voor aandacht voor leefstijl en meer aandacht voor integrale, persoonsgerichte zorg. Binnen de contractering is het voor verzekeraars en contracteerpartijen al mogelijk om hier veel aan te doen. De beweging die openbaar apothekers maken is in de richting van een voorziening in de wijk, gericht op de langere termijnrelatie met de patiënt via persoonsgerichte zorg. Bij de inrichting en bekostiging van de zorg in de toekomst zal bij de keuzes de ‘social return of investment’ veel meer moeten worden betrokken om deze kanteling te onderbouwen en te motiveren. Dan wordt ook meer transparant waar daadwerkelijke investering en opbrengsten plaatvinden, hierbij denken we aan zorguitkomsten, economische uitkomsten en maatschappelijke impact. Ook ‘wrong pocket’ problemen kunnen dan beter worden besproken. Polyfarmacie, met name bij kwetsbare patiënten waaronder ouderen is een belangrijk onderwerp. Ook het stoppen met geneesmiddelen maakt daar deel van uit. De ervaring leert wel dat de buitenwereld dat laatste ziet als een technisch trucje, terwijl het in de praktijk een complex, multidisciplinair proces is. Apothekers verwachten dat daarmee ook de focus kan gaan van kleine doelmatigheid (binnen de openbare farmacie) naar grote doelmatigheid (binnen de zorg als geheel). Regiobeelden kunnen daar een stimulans voor zijn, tegelijkertijd gaat het uiteindelijk om praktische afspraken tussen alle betrokkenen. Hoofdlijnenakkoorden per nauw afgebakende deelsector – zoals we die nu kennen - zijn daarbij zeer beperkt behulpzaam.

Vraag4

Heeft u concrete suggesties om bepaalde opties nader te concretiseren en praktisch vorm te geven?
Belangrijk voor de beweging die apothekers maken is betere gegevensuitwisseling. Hiertoe wordt de komende tijd fors geïnvesteerd (met steun van VWS) via de VIPP farmacie en de implementatie van de multi-disciplinaire richtlijn medicatieoverdracht (met een bijzondere positie voor ‘de apotheek waar de patiënt doorgaans komt’). Uiteindelijk moet dit bijdragen aan de rol van de openbaar apotheker als ‘beheerder van het medicatiedossier’. Dit vergt samenwerking door de hele keten heen, waarbij ook diagnose-informatie, actuele relevante labwaarden en farmaco-genetisch profiel veilig worden gedeeld. Daarmee kan de apotheker van het controleren van basale gegevens van voorschrijvers naar meer zorginhoudelijk bijdragen vanuit het directe contact met de patiënt.

Om genoemde inspanningen voor de patiënt maximaal te laten renderen, is het van belang dat de methodiek van het verlenen en registreren van patiënttoestemming voor patiënt en zorgverlener zo eenvoudig mogelijk is. De systematiek moet erop gericht zijn het aantal toestemmingen van alle mensen in Nederland te maximaliseren, ongeacht of zij nu patiënt zijn of (nog) niet. Op deze manier kunnen als het nodig is gegevens snel worden gedeeld. Snelle uitwisseling van actuele medicatiegegevens is van groot belang voor de medicatieveiligheid.

Vraag5

Welke beleidsopties ontbreken er nog?
1) De meeste beleidsopties zijn wel genoemd. Wat nog ontbreekt is de stuwende kracht in de zorg: de bezieling waarmee elke verpleegkundige, arts of apotheker zich dagelijks inzet om de beste zorg voor zijn/haar patiënten te bieden. Volgens de Nationale (Ont)Regelmonitor zijn zorgverleners bijna de helft van hun tijd kwijt aan administratie. Tijd die niet besteed kan worden aan het werk waar hun hart ligt. Apothekers zijn door de toegenomen instrumentalisatie van de zorg, exclusie van met name de voorkant van de inrichting van de eerste lijnszorg, en toegenomen administratie en controles door overheid en verzekeraar een beroepsgroep waar de bezieling het meest geërodeerd is. Apothekers willen meer tijd voor patiëntgebonden werk en restauratie van de professionele autonomie.
Naast structuren zelf, is minstens zo belangrijk hoe mensen omgaan met die structuren, de menselijke maat. Het besef dat het uiteindelijk tussen professionals, de patiënt en zijn netwerk moet gebeuren. Wij zien ook binnen de bestaande structuren ruimte voor verbetering. De afgelopen jaren zijn in de (inkoop)voorwaarden van zorgverzekeraars een aantal keuzes gemaakt die afbreuk doen aan de integraliteit van deze zorgverlening. Zo moeten patiënten voor veel hulpmiddelen, ook hulpmiddelen die onderdeel zijn van de farmacotherapie, zich melden bij een ander loket. In de inkoopvoorwaarden 2021 gaan zorgverzekeraars nog een stap verder. Voor dieetvoeding is bij bijv. Zilveren Kruis geen overeenkomst meer mogelijk vanuit de apotheek. Dit geldt ook bij meerdere zorgverzekeraars voor diabetes- , incontinentie-, stoma- en verbandmaterialen. Dit schaadt in onze ogen de zorgverlening aan de patiënt, die met vele loketten te maken krijgt. Optisch lijkt er dan op onderdelen (kleine) doelmatigheid gerealiseerd te worden, maar in de praktijk gaat dat ten koste van (grote) doelmatigheid in de zorg als geheel. Ook doordat dit aanzienlijke administratieve lasten met zich meebrengt, niet alleen voor apothekers maar ook voor de wijkverpleging. Voor de kwetsbare patiënt die langer thuis woont zou meer ruimte voor maatwerk mogelijk moeten zijn als zorgprofessionals dat nodig achten, zeker vanuit de eerstelijn.