Instemmingsbevoegdheid medezeggenschap funderend onderwijs op hoofdlijnen begroting

Reactie

Naam Tabor College (H.A. Nijdeken)
Plaats Hoorn
Datum 27 mei 2016

Vraag1

Geeft deze wijziging voldoende houvast voor uitvoering in de praktijk van de medezeggenschap op scholen? Waarom wel, waarom niet?
Ik ben ervan overtuigd dat het nu voorliggende wetsvoorstel niet bijdraagt aan het versterken van de checks en balances in mijn organisatie en ook niet in de sector als geheel. Daarbij bestaan de volgende zorgen, heel goed verwoord door de VO-raad.

1. Teveel focus op de korte termijn
In de afgelopen jaren is herhaaldelijk gepleit voor het meerjarig financieel plannen door schoolbesturen. Binnen mijn organisatie is hier ook hard aan gewerkt. Dit betekent dat belangrijke beleidskeuzes een horizon hebben die de jaarlijkse begroting (ver) overschrijdt. De strategische keuzes die hieraan ten grondslag liggen worden zeker besproken met de MR. Ik zou zich daarom kunnen vinden in versterking van medezeggenschapsrechten op de hoofdlijnen van het meerjarig financieel beleid, maar zie het instemmingsrecht op de hoofdlijnen van de jaarbegroting als een stap terug in de tijd, omdat daarmee in de discussie tussen bestuur en MR onvermijdelijk de grootste nadruk zal worden gelegd op de korte termijn.

2. Open formulering zorgt voor onrust
In de Memorie van Toelichting bij het wetsvoorstel wordt in paragraaf 3.1 toegelicht wat de inhoud is van de beoogde instemmingsbevoegdheid. Datgene wat wél is uitgewerkt, roept een aantal vragen op. Wat ook mij vooral zorgen baart, is dat wordt gesteld dat ‘de verdere invulling van wat tot de hoofdlijnen van de begroting moet worden gerekend aan de scholen wordt overgelaten’. Deze zeer open formulering zal zeker tot veel onduidelijkheid en debat leiden. Dit leidt de aandacht af van de inhoud en veroorzaakt stagnatie in de voortgang van het toch al complexe begrotingsproces. Daarnaast is ook niet helder wat het gevolg is van het ontstaan van een ‘tweeledig beoordelingsrecht’ bij de Raad van Toezicht en bij de MR in het begrotingsproces.

Vraag2

Hoe kan het begrip ‘hoofdlijnen van de begroting’ worden ingevuld, op een manier die het gesprek tussen bestuur en medezeggenschap over investeringen in de kwaliteit van onderwijs stimuleert?
De discussie over de kwaliteit van het onderwijs moet terdege gevoerd worden in de organisatie en daarmee ook tussen bestuur en MR. In de (meerjaren)begroting moeten de uitkomsten van die discussie zichtbaar zijn: de conclusies worden daar vertaald in investeringen in geld. Daarmee voldoet de formulering: hoofdlijnen van de begroting.

Vraag3

Hebt u andere reacties of suggesties bij dit wetsvoorstel? U kunt hieronder reageren
Het zou de overheid sieren niet telkens incidentgestuurd te reageren en wetgeving te organiseren. In veel organisaties voor VO is de medezeggenschap goed geregeld en wordt deze goed uitgevoerd. Laat die organisatie dus met rust. Daar waar het niet goed gaat en het bestuur en de MR elkaar niet treffen of niet met elkaar in gesprek kunnen raken, zou de overheid een rol ('mediator') kunnen spelen.
Kortom: wat goed is koesteren en waar het niet goed gaat ondersteunen en als het niet helpt ingrijpen. En geen algemene maatregelen als er incidentele problemen zijn. Dat zou anno 2016 eens afgelopen moeten zijn!