Wet gemeentelijke instrumenten warmtetransitie

Reactie

Naam Federatie Amsterdamse Huurderskoepels (FAH) (Voorzitter P Weppner)
Plaats Amsterdam
Datum 19 januari 2022

Vraag1

Er kan worden gereageerd op alle aspecten van het wetsvoorstel en de toelichting.

Daarnaast zijn er specifieke punten waarop uw input gewenst is:

1a) In het Klimaatakkoord is afgesproken dat gemeenten verplicht worden om een transitievisie warmte (oftewel warmteprogramma in het wetsvoorstel) op te stellen. In de consultatieversie van het wetsvoorstel is het opstellen van een warmteprogramma niet verplicht gesteld. (Zie paragraaf 3.2.3 van de memorie van toelichting.) Er wordt voorgesteld dat gemeenten alleen een warmteprogramma moeten opstellen als ze de aanwijsbevoegdheid willen inzetten.
Vragen: Heeft het de voorkeur om gemeenten te verplichten om een warmteprogramma vast te stellen?
Zo ja: waarom?

1b) Daarnaast is in het Klimaatakkoord afgesproken dat gemeenten elke 5 jaar de transitievisie warmte actualiseren. Ook is afgesproken dat deze actualisatietermijn wordt geëvalueerd. (Zie paragraaf 3.2.3 van de memorie van toelichting.)
Vragen: Heeft het de voorkeur om een vaste frequentie voor warmteprogramma’s vast te leggen?
Zo ja: waarom?
Welke termijn is volgens u passend? En: waarom?
1a) Daarmee kunnen wij instemmen onder de volgende voorwaarden en een ‘waarschuwing’:
Dat alle gemeenten verplicht een warmteprogramma moeten opstellen ondersteunt de FAH. Zo wordt duidelijkheid geschapen over hoe men wil omgaan met participatie en wat verwacht wordt van de gemeente en de corporaties. Bij het opstellen hiervan vinden wij dat gemeenten corporaties en huurderskoepels moeten betrekken. Onze waarschuwing is dat door ontwikkelingen (bijvoorbeeld in alternatieve warmtemogelijkheden) een warmteprogramma mogelijk snel verouderd. Het gevaar is dat een te strakke regie gevoerd wordt op het programma. Uitgangspunt moet daarom zijn dat continue bijsturing mogelijk moet blijven. Bij die bijsturing dienen huurderskoepels minimaal betrokken te worden.

1b) De FAH onderschrijft de noodzaak van het actueel houden van het warmteprogramma/transitie visie warmte. Vandaar is een termijn van 5 jaar goed om over te nemen. Voorwaarde is daarbij wel dat de corporaties en huurdersorganisaties betrokken worden.

Vraag2

2) In het Klimaatakkoord is een termijn van 8 jaar genoemd tussen het besluit van de gemeente en de definitieve overstap op het duurzame alternatief. In de consultatieversie van het wetsvoorstel is deze termijn niet als verplichting opgenomen. (Zie paragraaf 2.4.2 van de memorie van toelichting.)
Vragen: Heeft het de voorkeur om een termijn in regelgeving vast te leggen?
Zo ja: waarom?
Welke termijn is volgens u passend als minimum? En: waarom?
De FAH wijst opname van een termijn in haar geheel af. Het is wel nodig om bij het warmteprogramma de noodzakelijke processtappen op te nemen ten aanzien van het participatieproces. Leidend zijn dan dat processtappen zorgvuldig en volledig zijn verlopen, niet de tijd die dat kost, want dat kan lokaal verschillen.

Het is prima dat de gemeente kenbaar maakt welk warmtealternatief maatschappelijk gezien leidt tot de minste kosten. De gemeenten moeten zich wel vergewissen dat het duurzame warmtealternatief daadwerkelijk beschikbaar is vóórdat het transport van aardgas kan worden stopgezet zodat bewoners en bedrijven steeds hun woning of gebouw kunnen verwarmen. Immers, wanneer de gemeente besluit dat een bepaalde wijk vanaf een bepaald moment geen gas meer mag gebruiken, hebben de gasgebruikers in deze wijk recht op een aansluiting op een alternatieve energievoorziening met voldoende capaciteit. Wat de FAH betreft is dit alternatief goedkoper dan anders, in plaats van de gekozen focus op betaalbaarheid of woonlastenneutraliteit.

Toegevoegd moet worden dat de gemeente zich ervan vergewist dat de aangeboden alternatieve warmtevoorzieningen in het geometrisch begrensde gebied overeenkomen met dat wat door huurders als keuzepalet gevraagd wordt. Zo wordt het belangrijk voor de partijen om er samen met de huurders uit te komen en wordt voorkomen dat een proces wel goed doorlopen wordt maar het resultaat tekort schiet in het meenemen van behoeften van huurders.

Het regelen van een transformatie die voor goedkopere betrouwbare warmte leidt voor huurders moet meer centraal komen te staan. Deze te beperkte focus op de kosten van de transitie is zichtbaar in de Memorie van Toelichting waar betaalbaarheid en woonlastenneutraal door elkaar worden gebruikt. Voor de FAH is woonlastenneutraal het minimale uitgangspunt, maar zou deze warmtetransitie een verlaging van de woonlasten tot gevolg moeten hebben.

Bijlage