Wetsvoorstel toekomstbestendig onderwijsaanbod

Reactie

Naam Adviesbureau voor Onderwijsplanning (opmerkingen wetsvoorstel onderwijsaanbod W Kleinbruinink)
Plaats Haarlem
Datum 14 oktober 2015

Vraag1

Draagt het op overeenstemming gericht overleg bij aan het realiseren van een toekomstbestendig onderwijsaanbod?
Ja

Vraag2

In het wetsvoorstel wordt het op overeenstemming gericht overleg (oogo) een verplichting voor het hele land, omdat overleg tussen schoolbesturen over een toekomstbestendig en kwalitatief goed onderwijsaanbod voor iedereen van belang is. De motie - waaraan met dit wetsvoorstel uitvoering wordt gegeven - beperkt zich tot schoolbesturen in krimpgebieden met scholen met een kleinescholentoeslag. Wat vindt u, moet het oogo voor het hele land gaan gelden, of alleen in de regio’s met krimp?
Het is van belang dat dit voor het hele land gaat gelden. Ook in gemeenten/steden met groei zijn gebieden waar het aantal leerlingen daalt en is mogelijk herstructurering nodig. Het hoeft wat mij betreft alleen niet jaarlijks: eens in de vijf jaar is voldoende (een beeetje bestuur kijkt minstens die termijn vooruit!!). Op het moment dat er een nieuwe school bijkomt (als bijv. door het invoeren van richtingvrije planning en verlagen van de stichtingsnormen meer toetreders zullen zijn die bovendien een heel ander aanbod meebrengemn) zou wel tussentijds een nieuw oogo nodig zijn om de gevolgen van de nieuwkomenr op de bestaande verdeling van leerlingen te bespreken en het liggende plan eventueel bij te stellen.

Vraag3

Denkt u dat de wijziging door schoolbesturen als een meerwaarde wordt gezien zodat op een goede wijze de toekomst van het onderwijsaanbod kan worden vormgegeven?
Hangt af van de situatie: in hoeverre schoolbesturen elkaar als concurrend zien dan wel via samenwerking het optimale voor alle besturen nastreven.

Vraag4

Biedt de wijziging voldoende garanties voor een bereikbaar, gevarieerd en toekomstbestendig onderwijsaanbod?
Hangt sterk af van de ontwikkeling in de stichtings- en nog meer de opheffingsnormen. Ik ben voorstander van verlaging van de stichtingsnormen voor nieuwe toetereders (bijvoorbeeld: de eerste school van een bestuur in een gemeente/regio een lage norm en elke volgende een hoge(re) norm). Ook ben ik voorstander van verhoging van de opheffingsnorm naar bijvoorbeeld het aantal leerlingen waarbij minimaal een 3-klassige basisschool kan functioneren (dus omstreeks 60 leerlingen) om onderwijskwaliteit op een minimaal niveau te kunnen (blijven) geven.

Vraag5

Wordt van kleur verschieten en verplaatsen voldoende vergemakkelijkt?
Het voorstel lijkt mij reëel op dit punt.

Vraag6

Biedt de wijziging voldoende waarborgen tegen oneigenlijk gebruik?
???? Dat is de vraag. Op dit moment kan ik dat niet direct bedenken, maar wie weet hoe slim schoolbesturen zijn n het ene zeggen en het andere doen.

Bijlage