Wet verwerking persoonsgegevens coördinatie en analyse terrorismebestrijding en nationale veiligheid

Reactie

Naam Anoniem
Plaats Goes
Datum 28 juni 2021

Vraag1

Wilt u reageren op het voorstel? Dan kunt u hier uw reactie geven. U kunt dat doen door een tekst te typen of door een document te downloaden.
Uit de memorie van toelichting bij het wetsvoorstel blijkt dat de verwerking van persoonsgegevens voor de taken, beschreven in artikel 3 van het wetsvoorstel,
gebaseerd wordt op artikel 6, lid 1, onderdelen c en e van de Algemene verordening gegevensbescherming ('AVG'), te weten het voldoen aan wettelijke verplichtingen respectievelijk het vervullen van een taak van algemeen belang. Artikel 6 lid 3 AVG vereist voor beide verwerkingsgrondslagen ten minste een nationale (lidstatelijke) wetgevingsregeling. Het wetsvoorstel kwalificeert uiteraard als zodanig. Echter, uit de considerans bij de AVG onder randnummer 41 volgt dat, wanneer in de AVG naar een rechtsgrond of een wetgevingsmaatregel wordt verwezen, deze 'duidelijk en nauwkeurig' moet zijn. Bovendien moet de toepassing daarvan 'voorspelbaar zijn voor degenen op wie deze van toepassing is', zoals vereist door het HvJEU en het EHRM.

Het voorliggende wetsvoorstel voldoet aan géén van beide minimumvereisten. Daardoor is het wetsvoorstel onmiskenbaar onverbindend wegens strijd met de AVG en met hoger (Europees) recht. De (kennelijk alternatief en niet cumulatief weergegeven) taken uit artikel 3, onderdelen a en b, van het wetsvoorstel, zijn zo algemeen geformuleerd dat voor degenen wiens persoonsgegevens op grond daarvan zullen worden verwerkt, geheel onvoorspelbaar is dat dit het geval is of zal zijn. De begrenzing van de verwerking is bovendien, door de algemene en onnauwkeurige formulering van de grondslagen voor de verwerking, nagenoeg geheel onduidelijk. Het is zelfs verdedigbaar dat nagenoeg alle (online) beschikbare, al dan niet openbare, informatie bevattende persoonsgegevens, uiteindelijk (potentieel) dienstig kan zijn aan de 'signalering', de 'duiding' of de 'analyse' van de dreigingen en risico's waarop het wetsvoorstel betrekking heeft. De AVG stelt juist om dergelijke onvoldoende begrensde en onvoldoende voorspelbare verwerking van persoonsgegevens te voorkomen buiten kijf dat in dat geval de verwerkingsgrondslagen uit artikel 6 lid 1, onderdelen c en e AVG niet rechtmatig als grondslag voor gegevensverwerking kunnen worden gehanteerd.

Om rechterlijke uitspraken tot onverbindendheid van (delen van) de wettelijke regeling te voorkomen beveel ik aan om dit wetsvoorstel aan te passen zodanig dat het niet strijdig is met de AVG en met het Europeesrechtelijke juridisch kader waarnaar in de AVG wordt verwezen.