Implementatiewet registratie uiteindelijk belanghebbenden

Reactie

Naam Schaap Advocaten Notarissen (persoonlijke titel) (mr P.W. Tubbergen)
Plaats Rotterdam
Datum 13 april 2017

Vraag1

Wilt u reageren op het concept wetsvoorstel Implementatiewet registratie uiteindelijk belanghebbenden? Dan kunt u dat hier doen.
Deze wet is even effectief tegen witwassen en de financiering van terrorisme als een vergunningenstelsel voor het parkeren van vluchtauto's in de buurt van banken effectief zou zijn tegen bankovervallers. Een partij die niet terugschrikt voor het grotere kwaad - witwassen, terrorisme, bankovervallen - zal echt niet wakker liggen van de angst voor een mogelijke, toekomstige boete omdat een register niet juist is ingevuld. Witwassers en terroristenleiders zullen bovendien eerder de geldstromen dan de organisaties die zij eventueel gebruiken willen controleren en dus geen UBO's in de zin van de wet zijn. Bij de grootste bekende terroristische aanslag - 9/11 - lijkt geen sprake te zijn geweest van het gebruik van private rechtspersonen voor de - relatief geringe - financiering. In bekende witwas zaken waren Endstra en Paarlberg de toch al in het handelsregister bekende eigenaren van hun vennootschappen en niet de partijen voor wie zij geld wit wasten. Het wetsvoorstel zou in die gevallen geen enige extra informatie hebben kunnen geven over de terroristen en witwassers.
Doel van dit wetsvoorstel is blijkbaar enkel om de fiscus een extra informatiebron te geven. Het lijkt dan wenselijk om dat doel ook als zodanig te benoemen en te bezien of de maatregelen wel proportioneel zijn en of de gewenste doelen niet veel eenvoudiger en zonder onevenredige schendig van de privacy van de UBO's kunnen worden bereikt. Er bestaat nu al een verplichting voor rechtspersonen om desgevraagd informatie aan fiscus of justitie te verschaffen en de vraag is wat dit register daar aan toe voegt behalve een vergroot risico dat de informatie in handen van kwaadwillende valt. een decentraal register - elke rechtspersoon wordt verplicht de informatie op haar kantoor beschikbaar te houden en op verzoek van de daartoe aangewezen autoriteit - bijvoorbeeld de belastingdienst - in afschrift aan te leveren lijkt veel wenselijker. Natuurlijk zal de verwerking van een verzoek van de informatiegerechtigde aan de belastingdienst en vervolgens het verzoek van de belastingdienst aan de informatiegerechtigde, de uitlevering van de informatie aan de belastingdienst en vervolgens aan de informatiegerechtigde enige tijd kosten maar nu de kamerbrief toch al voorziet in het zorgvuldig registreren van de informatie vragende partij lijkt dat niet onoverkomelijk