Wetsvoorstel Erfgoedwet

Reactie

Naam Omgevingsdienst Zuidoost-Brabant (drs. R. Berkvens)
Plaats Eindhoven
Datum 12 juli 2014

Vraag6

In welke mate denkt u dat het invoeren van een stelsel voor wettelijk geregelde certificering in de archeologie leidt tot de verbetering van de kwaliteit van archeologisch onderzoek?
Certificering zoals voorgesteld zal niet leiden tot verbetering van de kwaliteit van archeologisch onderzoek aangezien deze kwaliteit bepaald wordt door de kwaliteit van personen en niet van organisaties. Het beoogde doel, effectiever kwaliteitsbeleid, zal niet dankzij de certificering behaald worden omdat de certificering niet over kwaliteit, inhoud gaat, maar over het werkproces. Doel en middel sluiten niet op elkaar aan. Naast de procesmatige audits die certificerende instellingen uitvoeren, zal een inhoudelijke toets onontbeerlijk zijn. Daarin voorziet de Erfgoedwet echter niet.
Hoge kosten voor een certificaat is een bedreiging voor het voortbestaan van kleine gemeentelijke archeologische velddiensten. Het verrichten van kleinschalig onderzoek door lokale overheden is van groot belang voor het draagvlak in de samenleving en ook om financiële redenen wenselijk. Kosten voor een certificaat opgraven zijn nog onbekend.
Een overgangsperiode van 1 jaar is te kort om alle benodigde stappen te doorlopen. Het accrediteren van certificerende instellingen zal tijd kosten.

Vraag8

Wilt u nog op andere onderdelen van dit wetsvoorstel reageren?
- Het opleidingsniveau van gemeenteambtenaren die rapporten en PvE's moeten toetsen wordt momenteel bepaald op HBO-niveau. In het beoogde doel van de wet en de certificering, verbetering van kwaliteitsbeleid, is een wetenschappelijke archeologische opleiding een noodzaak om de inhoudelijke kwaliteit van het geleverde te kunnen beoordelen. Het gevolg is dat anders de kwaliteit van het archeologisch onderzoek onderuit gehaald wordt met alle nadelige gevolgen van dien. Door deze eisen bij te stellen van HBO naar een relevante WO-opleiding, valt daadwerkelijk een kwaliteitsverbetering te maken.
- Cultuurlandschap wordt in de Erfgoedwet niet genoemd. Dat is een gemis. Historisch landschap en (landschaps)archeologie hangen vaak samen.
- De nieuwe wet biedt eindelijk een kans om het niet-implementeren van artikel 9 uit het Verdrag van Valletta (Malta) te herstellen. Bij de vorige implementatie van wet op de archeologische monumentenzorg werd aangenomen dat dit punt wel vanzelf door de archeologiemarkt en door overheden of opdrachtgevers ingevuld zou worden. Dit is echter uitgebleven zodat dit punt nu alsnog ingevuld moet worden.
- Het huidige financieringssysteem voorziet niet in kosten voor behoud in situ en compensatie voor bijvoorbeeld beperkingen in het gebruik van agrarische gronden.
- De huidige financiering van de archeologie in Nederland volgens het principe 'de verstoorder betaalt' werkt in de praktijk alleen bij grote bouwopgaven (complete woonwijken), niet voor bijvoorbeeld boeren of kleine particulieren. De archeologie is hiermee verworden tot een vervelende vorm van bodemvervuiling waar niemand op zit te wachten. Beter is het daarom om een algemene lege te heffen op elke vorm van (mogelijke) grondontwikkeling en uit deze pot geld selectief, zinvol en kwalitatief hoogwaardig archeologisch onderzoek te verrichten met als doel vernieuwende beeldvorming van het verleden en behoud in situ (in de bodem) waar noodzakelijk.