Wetsvoorstel bevoegdheden schoolonderwijs jonge en oudere kind

Reactie

Naam KVLO (C Klaassen)
Plaats Deventer
Datum 29 januari 2021

Vraag1

Hoe beziet u het voorstel voor nieuwe bevoegdheden, mogelijk ook met het oog op arbeidsmarktperspectief? En moeten bekwaamheidseisen hierop aangepast worden? Zo ja, hoe?
De Koninklijke Vereniging voor Lichamelijke Opvoeding (KVLO) vraagt zich af of de invoering van dergelijke beperkte bevoegdheden verstandig is. Immers bij ziekte van een leraar in de onderbouw kan er niet zomaar meer een leraar uit de bovenbouw worden ingezet. Op zich vinden wij dat specialisatie boven op een brede bevoegdheid zinvol is (bijv. met minoren), maar wij twijfelen erg aan een beperking van bevoegdheden op deze manier. Er ontstaan drie verschillende soorten leraren op een basisschool. Dat geeft organisatorische stress maar ook verminderde inzetbaarheid en mobiliteit.
De KVLO is met name betrokken op de kwaliteit van het bewegingsonderwijs dat door speciaal bevoegde leerkrachten moet worden verzorgd. Dat kunnen vakleerkrachten zijn met een ALO-achtergrond (brede eerste graad LO-bevoegdheid) of PABO-afgestudeerden die de aanvullende post-initiële Leergang Vakbekwaamheid Bewegingsonderwijs hebben gevolgd. Deze bestaande Leergang ziet toe op de brede motorische ontwikkeling van leerlingen in groep 3 t/m 8. Wat ons betreft zou deze moeten toezien op alle leerlingen van de basisschool, dus ook op die van groep 1 en 2, dit i.v.m. de gewenste kwaliteit en doorlopende leerlijnen. Nu zijn Pabo-afgestudeerden nog bevoegd voor het geven van bewegingsonderwijs in groep 1 en 2, terwijl het belang van bewegingsonderwijs (juist) ook bij de groepen 1 en 2 ligt. Daar wordt immers de basis gelegd voor een leven lang goed bewegen en kunnen evt. (motorische) achterstanden nog tijdig worden weggewerkt. We kunnen niet vroeg genoeg beginnen dat ook te laten verzorgen door vakbekwame leraren.
Wij zijn aldus niet voor drie verschillende bevoegdheden. In het kader van doorlopende leerlijnen en kwaliteit van het bewegingsonderwijs pleiten we voor twee (reeds bestaande) mogelijkheden om bewegingsonderwijs te geven in het primair onderwijs: dat is de (brede) vakleerkracht via de ALO-opleiding, al dan niet met specialisaties op gebied van het PO/jonge kind, maar de bevoegdheid is en blijft breed. En als tweede de bevoegdheid op grond van de Pabo-Leergang Vakbekwaamheid Bewegingsonderwijs voor de groepen 1 t/m 8.
Wij geloven niet in een bevoegdheid/leergang gekoppeld aan groep 1 t/m 4 én een leergang gekoppeld aan oudere kind (groep 5 t/m 8), naast de leergang voor de groepen 1 t/m 8. Dan krijg je teveel verschillende kwaliteiten, geen zicht op doorlopende leerlijnen etc.

Vraag2

Welke leeftijdsgrens (of jaarlaag-grens) zou u hanteren voor het jonge en het oudere kind – en waarom? Of op welke manier zou u dit willen bepalen?
Wij zijn geen voorstander van een knip in bevoegdheden en leeftijdsgrenzen. Wij zijn heel erg gebaat bij een brede vakbevoegdheid die je kunt uitbreiden met flexibele modules en specialisaties, maar die niet afdoet aan de brede bevoegdheid voor het vak. Naar onze opvatting Is een (bevoegdheids) scheiding met een knip bij de leeftijd niet nodig in ons vak.
Toekomstige leraren moeten zich wel kunnen specialiseren (ook qua stage) op grond van een bepaalde affiniteit voor een bepaalde leeftijdsgroep, bijvoorbeeld het jonge kind van 1-4 en het oudere kind van 5-8, maar dat kan binnen de brede opleiding waar wat te kiezen valt. De kracht van bewegingsonderwijs zit juist in de brede basis van kennis en kunde.

Vraag3

Vindt u het nodig om de toelatingseisen voor de pabo aan te passen aan de nieuwe bevoegdheden? Zo ja, hoe zou u deze willen vormgeven?
Neen, nvt.
Als MBO- 4 niveau gelijk staat aan HAVO denk- werkniveau, zouden dezelfde toelatingseisen kunnen volstaan.

Vraag4

Heeft u nog aandachtspunten bij het moment van inwerkingtreding van wetgeving per studiejaar 2022-2023?
We pleiten ervoor om de bestaande brede post-initiële Leergang Vakbekwaamheid Bewegingsonderwijs (groep 3 t/m groep 8) uit te breiden met de groepen 1 en 2. De Pabo-afgestudeerden zonder deze Leergang zijn dan niet meer bevoegd om bewegingsonderwijs te geven aan de groepen 1 en 2.
Zorg ervoor dat gemotiveerde mensen desgewenst de post-initiële Leergang Vakbekwaamheid Bewegingsonderwijs meteen na de initiële opleiding kunnen starten, of alsnog de ALO in deeltijd te doen.