Wet arbeidsmarkt in balans

Reactie

Naam ir. RA Schouten
Plaats Eindhoven
Datum 15 april 2018

Vraag1

U kunt reageren op alle onderdelen.
Bij de verlenging van de proeftijd van 2 naar 5 maanden lijkt een belangrijk aspect niet in de overweging meegenomen: verminderde mobiliteit van werknemers doordat ze geen huis kunnen kopen in de proeftijd.

Uit de memorie van toelichting: "De regering wil het voor werkgevers aantrekkelijker maken om vaste contracten aan te bieden. [...] Daarom
worden de mogelijkheden voor het aangaan van een proeftijd verruimd bij een eerste contract tussen partijen dat een contract voor onbepaalde tijd of een meerjarig tijdelijk contract is."

Ik heb zelf een team samengesteld van zeer hoogopgeleide mensen, waarvan het best moeilijk vast te stellen is of ze inderdaad passen. Maar na 2 maanden proeftijd is het echt wel duidelijk. Voor banen met lager opleidingsniveau kan dit alleen maar makkelijker zijn. De verlenging naar 5 maanden heeft dus geen reeel effect.

Dus voor de werkgever is het verschil niet groot, maar de werknemer kan in de tussentijd geen huis kopen, terwijl deze wellicht wel moet verhuizen voor de nieuwe baan. Dit is dus een achteruitgang in de mobiliteit van werknemers, voor een gering voordeel voor de werkgever.

---

Een andere opmerking betreft het verlengen van de periode voor het verlengen van de periode waarna opeenvolgende tijdelijke contracten overgaan in een contract voor onbepaalde tijd, van 2 naar 3 jaar.

Ook hier geldt, dat de situatie na de verlengde period (3 jaar) niet veel zal verschillen van de situatie na 2 jaar. Dus met of zonder verlenging zal een werkgever precies dezelfde afweging gaan maken. Deze maatregel kan daarom niet effectief zijn.

---

Makkelijker werknemers ontslaan zal zeker een grond zijn om eerder vaste contracten te verstrekken.