AMvB Dierwaardige Veehouderij
Reactie
Naam | Anoniem |
---|---|
Plaats | Groningen |
Datum | 25 juli 2025 |
Vraag1
- Heeft u algemene op- of aanmerkingen bij het voorgestelde Besluit?- Heeft u diersoortspecifieke op- of aanmerkingen bij het voorgestelde Besluit (kippen, melkvee, kalveren of varkens)?
1. Geen uitloop naar buiten
Varkens krijgen geen toegang tot buitenruimte, terwijl natuurlijk gedrag zoals wroeten, modderbaden nemen en territorium afbakenen essentieel is voor hun welzijn. Varkens die naar buiten kunnen, vertonen minder stress en afwijkend gedrag. In Duitsland gebeurt dit al met succes, dus ook in Nederland is dat haalbaar.
2. Kraamkooien blijven toegestaan
Zeugen worden nog zeker 15 jaar opgesloten in kraamkooien waarin ze zich niet kunnen omdraaien of nestgedrag kunnen vertonen. Dit veroorzaakt fysieke en mentale stress. In Zweden en Zwitserland zijn deze kooien grotendeels verboden en zijn vrijloopkraamhokken de norm.
3. Onvoldoende leefruimte
De voorgestelde verruiming van 0,1 m² is verwaarloosbaar. Een vleesvarken van 100 kg heeft nauwelijks ruimte om te bewegen of sociaal gedrag te vertonen. In biologische systemen is het oppervlak ruim twee keer zo groot en dat werkt: minder agressie, minder antibiotica, en juist meer welzijn.
4. Slechte luchtkwaliteit blijft
De huidige normen voor ammoniak en fijnstof blijven onveranderd. Deze veroorzaken ademhalingsproblemen en stress bij varkens, en gezondheidsproblemen bij personeel. In landen als Denemarken wordt al gewerkt met betere ventilatie en stro als bodembedekking, wat ook het stalklimaat verbetert.
5. Te vroeg spenen van biggen
Biggen mogen nog steeds op 21 dagen worden weggehaald bij hun moeder, terwijl dat in de natuur pas na 10–13 weken gebeurt. Vroeg spenen leidt tot gedrags- en gezondheidsproblemen. Langer bij de moeder blijven versterkt hun weerstand en sociale ontwikkeling.
Een dierwaardige veehouderij vereist meer dan kleine aanpassingen. Het vraagt om een fundamentele herziening van hoe we dieren behandelen: met ruimte voor natuurlijk gedrag, gezonde leefomstandigheden en respect voor het dier als levend wezen. Het kán en móet anders.