| Standaard elementenDe wegwijzer naar informatie en diensten van alle overheden
Het voorontwerp wijzigt de Algemene Ouderdomswet, de Wet inkomstenbelasting 2001 en de Wet op de loonbelasting 1964. Het voorontwerp regelt een uitzondering op de hoofdregel van AOW-pensioen bij 67 jaar. Mensen kunnen onder bepaalde voorwaarden alsnog het AOW-pensioen op 65- of 66-jarige leeftijd laten ingaan.
Het doel is om mensen die lang hebben gewerkt omdat zij vroeg met werken zijn begonnen de mogelijkheid te geven eerder met AOW-pensioen te gaan.
- Alle personen die zijn geboren ná 1954
- Een persoon heeft een arbeidsverleden van ten minste 42 jaar
- In die 42 jaar moet hij ten minste 1225 uur op jaarbasis hebben gewerkt
- In die 42 jaar heeft hij een inkomen van ten minste het minimumloon gehad.
Uitvoering: Sociale Verzekeringsbank
Dit voorontwerp moet worden gezien in het licht van het wetsvoorstel dat verhoging van de AOW-leeftijd naar 67 jaar regelt. Voor mensen die lang hebben gewerkt wil de regering een uitzondering maken. Zij mogen vanaf de 65- of 66-jarige leeftijd het AOW-pensioen in laten gaan. Op het AOW-pensioen wordt dan wel een actuarieel neutrale korting toegepast.
Het bieden van inzicht in de voorgestelde wijzigingen en het verkrijgen van reacties hierop.
Voorontwerp en de memorie van toelichting hierop.